Marlene Dumas
 

Double Takes

May 27 - July 25, 2020 & September 2 - October 10, 2020
Wednesday - Saturday, 1 - 5 pm

 

PRESS RELEASE  l  WORKS  l  INSTALLATION VIEWS 

   
 

SCROLL DOWN FOR ENGLISH VERSION




   
 

Marlene Dumas
Double Takes



Zeno X Gallery stelt met genoegen de nieuwe tentoonstelling voor van Marlene Dumas. Double Takes markeert haar vijfentwintigjarige samenwerking met de galerie en is haar vijfde solotentoonstelling in Zeno X Gallery.

          double take (noun):

a delayed reaction to a surprising or significant situation after initial failure to notice anything unusual – usually used in the phrase ‘do a double take’

an act of quickly looking at something that is surprising or unusual a second time after looking at it a moment earlier


Al meer dan dertig jaar raakt Marlene Dumas met haar schilderijen en tekeningen existentiële onderwerpen aan die vaak refereren aan kunsthistorische motieven en actuele politieke thema’s. Ze laat zich daarbij inspireren door beelden die ze vindt in tijdschriften en kranten of door persoonlijke foto’s die ze maakt van haar naasten. Ze tracht via haar werken de sociale, psychologische en emotionele aspecten van een beeld te onderzoeken.

De titel Double Takes verwijst niet enkel naar de relevantie van de tweede beschouwing, maar ook naar het belang van ambivalenties en onderlinge beïnvloedingen. Daarnaast doet Double Takes vermoeden dat de tentoonstelling op te delen valt volgens twee thema’s. Een deel van de werken is geïnspireerd op – en ook in de geest van – Le Spleen de Paris van Charles Baudelaire. Een andere groep werken bestaat voornamelijk uit portretten van mensen uit de nabije omgeving van de kunstenaar, evenals portretten van ‘iconen’.

Een tijd geleden werd Marlene Dumas door de schrijver Hafid Bouazza gevraagd om diens Nederlandse vertaling van Charles Baudelaire’s Le Spleen de Paris te illustreren. Enkele jaren eerder voorzag ze ook zijn vertaling van Shakespeare’s Venus & Adonis van beelden, die getoond werden in de tentoonstelling Myths & Mortals bij David Zwirner in New York in 2018. Terwijl bij Shakespeare’s gedicht de erotiek voorop stond, staan de melancholie en het verstrijken van de tijd centraal in de werken die nu te zien zijn in de galerij. Baudelaire’s bekendste dichtbundel, Les Fleurs du Mal, werd meteen na de verschijning gecensureerd vanwege de immorele en aanstootgevende inhoud. Le Spleen de Paris, waaraan de schrijver tien jaar werkte, verscheen postuum en sluit sterk aan bij de thema’s uit zijn vorige publicatie; sterfelijkheid, de drukte van de stad en de massa, maar ook het vleselijke plezier komen aan bod in een zwartgallige maar humoristische stijl. Sommige schilderijen in de tentoonstelling verbeelden op een vrije manier de personages en objecten uit deze vijftig prozagedichten, zoals Le Désespoir de la Vieille en Le Joujou du Pauvre. Het schilderij Bottle tracht de tegenstrijdigheden, zo inherent aan het wereldbeeld van Baudelaire, in beeld te brengen:

“In deze krappe wereld, maar zo vol walging, glimlacht een enkel bekend voorwerp mij toe: een flesje laudanum: een oude en verschrikkelijke vriendin; zoals alle vriendinnen, helaas, vruchtbaar van strelingen en verradelijkheden.” (‘De Dubbele Kamer’, vertaling Hafid Bouazza)

Andere schilderijen zoals The Making Of, Time and Chimera en The Origin of Painting verbeelden eerder imaginaire figuren of zelfs abstractere gemoedstoestanden, geïnspireerd door de gedichten. Bij deze grote werken speelde toeval ook een grote rol; Dumas plaatste de doeken op de vloer en liet de verf op een niet vooraf bedachte manier interageren met het oppervlak. De werken liggen door hun ontstaansgeschiedenis, maar ook vormelijk in het verlengde van haar inkttekeningen. Het werk Jeanne Duval is dan weer een portret van de Haïtiaanse geliefde en muze van Charles Baudelaire, aan wie hij verschillende gedichten wijdde in deze cyclus en die bekend stond om haar weelderige haardos.

De andere groep werken bestaat dus voornamelijk uit portretten van mensen uit de nabije omgeving van de kunstenaar, evenals portretten van ‘iconen’. Zo schilderde Dumas de bekende buste van Nefertiti uit het Neues Museum in Berlijn. Bijzonder aan het beeld zijn de kleurrijke schilderingen op de poreuze kalksteen, waarbij de inleg van het linkeroog ontbreekt. Lady of Uruk stelt dan weer het ‘Masker van Warka’ voor uit 3100 V.Chr., vermoedelijk één van de oudste representaties van het menselijke gelaat. Het marmeren beeld bevindt zich in het Nationale Museum van Irak en stelt waarschijnlijk een godin voor.
Portretten als Helena and Eden en Shèrkènt and Eden getuigen van de intieme band tussen de kunstenaar en de geportretteerden: het gaat namelijk om haar dochter, schoonzoon en kleinzoon.

Het beeld van de uitnodiging, De acteur, is een portret van de Nederlandse acteur Romana Vrede. Zij won in 2017 de theaterprijs ‘Theo d’Or’ waarbij de laureaten een portret krijgen van een kunstenaar naar keuze. Hiervoor nam Vrede contact op met Dumas, die uiteindelijk niet één maar vijf portretten van haar maakte. Twee daarvan zijn in deze tentoonstelling opgenomen en tonen de veelzijdigheid van Vrede. The Performer toont de acteur wanneer ze op het podium staat, terwijl De acteur de androgyne expressiviteit van haar gelaat benadrukt.

Tot slot bevat de tentoonstelling ook werken die op een nadrukkelijkere manier beide categorieën verbinden. Zo is bijvoorbeeld Hafid Bouazza zowel gerelateerd aan Baudelaire als een schilderij van een goede vriend. Ook de rat figureert in de verhalen van Baudelaire, maar kan evenzeer symbool staan voor de huidige pandemie. Alle schilderijen staan in relatie tot verschillende individuen: de schrijver, de acteur maar ook met de galerist. Dumas verbindt alle werken op de één of andere manier met elkaar, of toch tenminste op het tweede gezicht.

Marlene Dumas (°1953, Kaapstad, woont en werkt in Amsterdam) had solotentoonstellingen in Fondation Beyeler in Basel, Tate Modern in Londen, Stedelijk Museum in Amsterdam, Haus der Kunst in München, The Menil Collection in Houston, MoMA in New York, MOCA in Los Angeles, MOT in Tokyo, the Art Institute in Chicago, Centre Pompidou in Parijs, MMK in Frankfürt, onder andere.

Er verschijnt een catalogus naar aanleiding van deze tentoonstelling die een overzicht biedt van alle werken die in de galerij werden getoond gedurende de vijfentwintigjarige samenwerking met Zeno X Gallery. Dumas presenteerde sinds 1993 vijf solotentoonstellingen in de galerij, getiteld Give the People What they Want, Time and Again, For Whom the Bell Tolls, Twice (een duotentoonstelling met Luc Tuymans) en Double Takes. Het boek bevat begeleidende teksten van de kunstenaar bij haar tentoonstellingen, evenals krantenartikels en archieffoto’s.

     
     
     
  Kim Jones


MARLENE DUMAS
25 years of collaboration
ZENO X GALLERY



27 x 21,5 cm
248 pages
linen hardcover
bilingual edition Dutch-English
   
   
   
 

Marlene Dumas
Double Takes



Zeno X Gallery is pleased to present the new exhibition by Marlene Dumas. Double Takes marks the 25th anniversary of the artist’s collaboration with the gallery and is her fifth solo exhibition at Zeno X Gallery.

        double take (noun):

a delayed reaction to a surprising or significant situation after initial failure to notice anything unusual – usually used in the phrase ‘do a double take’

an act of quickly looking at something that is surprising or unusual a second time after looking at it a moment earlier


For more than thirty years already, Marlene Dumas has used her paintings and drawings to touch upon existential subjects that often refer to art-historical motifs and topical political subjects. She has been inspired by images found in magazines and newspapers as well as by personal photographs which she has taken of her loved ones. Through her work she tries to explore the social, psychological and emotional aspects of images.

The title Double Takes refers not only to the relevance of taking a second look at something, but also to the importance of ambivalence and of mutual influence. In addition, Double Takes suggests that the exhibition can be divided up into two themes. Some of the works were inspired by – and are also in the spirit of – Charles Baudelaire’s Le Spleen de Paris. Other works consist mainly of portraits of people from the artist’s immediate surroundings as well as of portraits of ‘icons’.

Some time ago Marlene Dumas was asked by the writer Hafid Bouazza to illustrate his Dutch translation of Charles Baudelaire’s Le Spleen de Paris. A few years earlier she had created drawings for his translation of Shakespeare’s Venus and Adonis, which David Zwirner exhibited in New York in 2018 in the exhibition Myths & Mortals. While Shakespeare’s poem foregrounds eroticism, melancholy and the passing of time are central in the works now on display in the gallery.
Baudelaire’s most famous collection of poems, Les Fleurs du Mal, was immediately censored upon publication on account of its content, which were considered immoral and scandalous. Le Spleen de Paris, which the poet worked on for ten years, appeared posthumously. It is closely related thematically to his previous publication: mortality, the hustle and bustle of city life, crowds, and the pleasures of the flesh are all dealt with in a morbid but humorous style.
Some of the paintings in the exhibition freely depict the characters and objects from these fifty prose poems, such as Le Désespoir de la Vieille and Le Joujou du Pauvre. The painting Bottle attempts to represent the contradictions so inherent to Baudelaire’s worldview:

In this reduced world, so full of disgust, just one familiar object consoles me: the phial of laudanum, old and frightful mistress - and like all lovers, alas, abundant with caresses and betrayals. (‘The Double Room’, translation Martin Sorrell)

Other paintings, such as The Making Of, Time and Chimera and The Origin of Painting, rather represent imaginary figures or abstract moods even, states of mind inspired by the prose poems. Chance played an important role in these large works: Dumas placed the canvases on the floor and let the paint interact with the surface in an unpremeditated manner. On account of their genesis, and in formal terms too, the works follow naturally from her ink drawings. For its part, Jeanne Duval is a portrait of Charles Baudelaire’s Haitian lover and muse, to whom he devoted several poems in this series and who was famous for her luxuriant hairdos.

The other group of works consists mainly of portraits of people from the artist’s immediate surroundings as well as portraits of ‘icons’. For instance, Dumas painted the famous Nefertiti Bust, on display at the Neues Museum in Berlin. What is special about this bust are the colourful pigments on the porous limestone and the missing inlay in the left eye. Lady of Uruk depicts the ‘Mask of Warka’, which dates from 3100 BC and is believed to be one of the oldest representations of the human face. The marble face is in the National Museum of Iraq and probably represents a goddess.
Portraits such as Helena and Eden and Shèrkènt and Eden bear witness to the intimate bond between the artist and the portrayed: they are her daughter, son-in-law and grandson.

The painting reproduced on the invitation, De acteur, is a portrait of the Dutch actor Romana Vrede. In 2017 she won the ‘Theo d’Or’ acting award, whose winners receive a portrait by an artist of their choice. Vrede thus contacted Dumas, who ultimately made not one, but five portraits of the actor. Two of these paintings are included in this exhibition. They show Vrede’s versatility: The Performer shows the actor on stage, while De acteur emphasizes the androgynous expressivity of her face.

Lastly, the exhibition also includes works that connect both categories more explicitly. For instance, Hafid Bouazza is related to Baudelaire, but it is also a painting of a good friend. Likewise, the rat that features in Baudelaire’s poems can also serve as a symbol of the current pandemic. All paintings are related to different individuals: the writer, the actress, but also the gallerist. Dumas connects all the works in one way or another – or, so it seems, when you do a double take.

Marlene Dumas (b. 1953 in Cape Town, lives and works in Amsterdam) has had solo exhibitions at Fondation Beyeler in Basel, Tate Modern in London, Stedelijk Museum in Amsterdam, Haus der Kunst in Munich, The Menil Collection in Houston, MoMA in New York, MOCA in Los Angeles, MOT in Tokyo, the Art Institute of Chicago, Centre Pompidou in Paris, MMK in Frankfurt, among others.

The catalogue published on the occasion of this exhibition presents an overview of all the works that have been shown during the 25 years of the artist’s collaboration with Zeno X Gallery. Since 1993 Dumas has presented five solo exhibitions in the gallery, respectively titled Give the People What They Want, Time and Again, For Whom the Bell Tolls, Twice (a duo exhibition with Luc Tuymans) and Double Takes. The catalogue also includes texts by the artist to accompany her exhibitions as well as newspaper articles and archival photographs.